|
Eindelijk was ik 6 jaar en rijp voor de volgende
ingrijpende stap in mijn nog jonge leventje. Ik werd overgeplaatst naar
de echte grote school. Vanaf nu was het gedaan met het woord
'kleuter'... Nu hoorde ik écht bij de grote jongens. Vanaf dan kon ook
ik met een lachend gezicht en met een spottend vingertje wijzen naar de
kleintjes van de kleuter-school aan de andere kant van het hek, waar het
kleuterschoolterrein begon.
Toch vielen de eerste 2 jaren alles behalve mee.
Ik scheen meer belangstelling te hebben voor de vogeltjes die ik buiten
het schoollokaalraam zag vliegen dan de lessen. Ik ben dan ook de eerste
2 jaar blijven zitten. We schreven in die tijd nog met inkt in een potje
en dat was voor mij en de juf die het moest nakijken een ramp. Mijn
geschriften leken meer op een vlekkenpatroon dan op letters. Ik mag dan
ook zeggen, en niet geheel zonder trots, dat ik de eerste leerling van
de Scheepstraschool was die met een ball-point pen mocht schrijven! Dat
was beter voor mij, en het weerhield juf van een zenuwinzinking....
Het voordeel van 2 keer blijven zitten is wél dat
ik het Aap Noot Mies leesplankje feilloos wist op te noemen...any place,
any time...van links naar rechts, en van achter naar voren....no problem!
Dus heb ik 8 jaar op de Scheepstra-school gezeten. Dan begin je zo'n
gebouw tóch een beetje als een tweede huis te zien. Ik denk dan als ik
mijn ogen sluit zó weer alle details van de school kan opnoemen. De
grote koperen bel met daaronder het portret van Scheepstra, waarnaar de
school is genoemd.
Het luiden van die koperen bel was trouwens een
erebaantje en eigenlijk alleen weggelegd voor de bolle-bozen van de
klas. Dus...je zou kunnen zeggen dat ik die bel bitter weinig heb
geluid. Het tweede erebaantje was als deurwachter voor de schoolplein
deuren te staan. Dat mochten alleen de zesdeklassers doen. Je bleef dan
tijdens het schoolkwartier voor de openstaande deuren staan en je bleef
daar staan tot alle klassen weer naar binnen waren. Dan sloot je de
deuren met de grote hendels en keerde je als laatste terug in de klas...

Ik (helemaal links) in de eerste klas...
Op dat schoolplein waren 6 met witte verf
geschilderde vakken. Voor iedere klas één. Volgens mij werd er geflo-ten
op een scheidsrechtersfluit, waarna dan elke klas in de juiste vak ging
staan. Netjes twee aan twee. Dan gingen de klassen op rangvolgorde naar
binnen. Diegene die te laat in zijn of haar vak stond werd door de
hoofdmeester aan her oor naar de juiste vak gedeponeerd. Als je goed
kijkt herken je nu nóg de vergrote oor...
Hoewel wij in huis al in het bezit waren van een
douche, het eerste jaar gingen we elke week met de hele klas naar het
badhuis, waar dan werd gedoucht. Jongens bij jongens, meisjes bij
meisjes, met 2 personen in een open doucheruimte. Dan kwam een badjuf
langs en gaf iedereen die zijn zeep was vergeten een klodder groene
zeep. Na het douchen droogde je je af en liep je in je blootje naar je
juf om je te laten controleren of je je goed had afgedroogd.
In het derde leerjaar kreeg ik eindelijk door dat
je tijdens de lessen goed moest opletten, en heb ik de school verder
moeiteloos doorlopen. Met juffen en leraren heb ik geen problemen gehad
tot in de zesde klas. Daar regeerde de oortrekkende hoofdmeester. Een
lange bebrilde magere man met het haar strak naar achteren gekamd. Ik
behoor-de kennelijk niet tot zijn elitekorps en dat liet hij merken ook.
Die leerlingen waarvan hij dacht dat die het goed zouden doen op een
hoger middelbareschoolniveau, plaatste hij in een aparte rij. Die kregen
meer aandacht en ander onderwijs dan die gene die in het linkerrijtje
zaten. Dat ook ik ik dat linkerrijtje zat, zal wel niet zo verwonderlijk
zijn....
Ik ben geen haatdragend persoon, maar het idee dat
wan-neer ik meester Siebering zou tegenkomen als ik ouder zou zijn en
hem dan zijn beide oren eraf zou draaien, is me jaren bijgebleven.
Helaas voor mij, en gelukkig voor hem ben ik hem nooit meer
tegengekomen. En dat is misschien het beste... |