Kleuterschool De Rozenknop 1962-1964

 
     
 

Toen ik de leeftijd van 4 jaar bereikte, en we verhuisden van de Meeuwerderweg naar de Gerbrand Bakkerstraat in Groningen, was het gedaan met mijn vrije leventje. Ik kreeg een soort van detentie opgelegd. Oftewel, De schooltijd was aangebroken, en het zou voorgoed gedaan zijn met de vrijheid blijheid waar ik 4 jaar van heb genoten. Ik werd naar de kleuterschool "De Rozenknop gestuurd, en...da's eigenlijk alles wat ik mij van die school kan herinneren, dus of die school nou een impact op mijn toen zo jonge leventje heeft gehad, valt nog te betwijfelen.

 
     
 

 
 

Voor de weinigen die mij niet herkennen op de foto, ik ben dat blonde jongetje met dat gele kruisje op zijn jasje. Deze schoolfoto's zijn vandaag de dag onmogelijk gemaakt door de ARBO diensten. Nu zouden ze alle kinderen die op de klimrek poseren vastzetten met een veiligheids gordel....

 
   
 

Scheepstraschool 1964 - 1972.

 
 

Eindelijk was ik 6 jaar en rijp voor de volgende ingrijpende stap in mijn nog jonge leventje. Ik werd overgeplaatst naar de echte grote school. Vanaf nu was het gedaan met het woord 'kleuter'... Nu hoorde ik écht bij de grote jongens. Vanaf dan kon ook ik met een lachend gezicht en met een spottend vingertje wijzen naar de kleintjes van de kleuter-school aan de andere kant van het hek, waar het kleuterschoolterrein begon.

Toch vielen de eerste 2 jaren alles behalve mee. Ik scheen meer belangstelling te hebben voor de vogeltjes die ik buiten het schoollokaalraam zag vliegen dan de lessen. Ik ben dan ook de eerste 2 jaar blijven zitten. We schreven in die tijd nog met inkt in een potje en dat was voor mij en de juf die het moest nakijken een ramp. Mijn geschriften leken meer op een vlekkenpatroon dan op letters. Ik mag dan ook zeggen, en niet geheel zonder trots, dat ik de eerste leerling van de Scheepstraschool was die met een ball-point pen mocht schrijven! Dat was beter voor mij, en het weerhield juf van een zenuwinzinking....

Het voordeel van 2 keer blijven zitten is wél dat ik het Aap Noot Mies leesplankje feilloos wist op te noemen...any place, any time...van links naar rechts, en van achter naar voren....no problem! Dus heb ik 8 jaar op de Scheepstra-school gezeten. Dan begin je zo'n gebouw tóch een beetje als een tweede huis te zien. Ik denk dan als ik mijn ogen sluit zó weer alle details van de school kan opnoemen. De grote koperen bel met daaronder het portret van Scheepstra, waarnaar de school is genoemd.

Het luiden van die koperen bel was trouwens een erebaantje en eigenlijk alleen weggelegd voor de bolle-bozen van de klas. Dus...je zou kunnen zeggen dat ik die bel bitter weinig heb geluid. Het tweede erebaantje was als deurwachter voor de schoolplein deuren te staan. Dat mochten alleen de zesdeklassers doen. Je bleef dan tijdens het schoolkwartier voor de openstaande deuren staan en je bleef daar staan tot alle klassen weer naar binnen waren. Dan sloot je de deuren met de grote hendels en keerde je als laatste terug in de klas...


Ik (helemaal links) in de eerste klas...

Op dat schoolplein waren 6 met witte verf geschilderde vakken. Voor iedere klas één. Volgens mij werd er geflo-ten op een scheidsrechtersfluit, waarna dan elke klas in de juiste vak ging staan. Netjes twee aan twee. Dan gingen de klassen op rangvolgorde naar binnen. Diegene die te laat in zijn of haar vak stond werd door de hoofdmeester aan her oor naar de juiste vak gedeponeerd. Als je goed kijkt herken je nu nóg de vergrote oor...

Hoewel wij in huis al in het bezit waren van een douche, het eerste jaar gingen we elke week met de hele klas naar het badhuis, waar dan werd gedoucht. Jongens bij jongens, meisjes bij meisjes, met 2 personen in een open doucheruimte. Dan kwam een badjuf langs en gaf iedereen die zijn zeep was vergeten een klodder groene zeep. Na het douchen droogde je je af en liep je in je blootje naar je juf om je te laten controleren of je je goed had afgedroogd.

In het derde leerjaar kreeg ik eindelijk door dat je tijdens de lessen goed moest opletten, en heb ik de school verder moeiteloos doorlopen. Met juffen en leraren heb ik geen problemen gehad tot in de zesde klas. Daar regeerde de oortrekkende hoofdmeester. Een lange bebrilde magere man met het haar strak naar achteren gekamd. Ik behoor-de kennelijk niet tot zijn elitekorps en dat liet hij merken ook. Die leerlingen waarvan hij dacht dat die het goed zouden doen op een hoger middelbareschoolniveau, plaatste hij in een aparte rij. Die kregen meer aandacht en ander onderwijs dan die gene die in het linkerrijtje zaten. Dat ook ik ik dat linkerrijtje zat, zal wel niet zo verwonderlijk zijn....

Ik ben geen haatdragend persoon, maar het idee dat wan-neer ik meester Siebering zou tegenkomen als ik ouder zou zijn en hem dan zijn beide oren eraf zou draaien, is me jaren bijgebleven. Helaas voor mij, en gelukkig voor hem ben ik hem nooit meer tegengekomen. En dat is misschien het beste...

 
     
 

 
  Ik, zesde van links in de middelste rij.... (Foto 6e klas)  
     
 

 
 

De Scheepstaschool aan de J.H Jansenstraat (Groningen)

 
     
 

 
 

Een fotoshot door de voordeur. Rechts de trap. Achter de linker-deur hing de schoolbel. De achterste deuren gaven toegang tot het geheel afgeschermde schoolplein.

 
     
 

 
 

Links was de Scheepstrashool en rechts de Van Starkenborg-school. Tegenwoordig zijn  de klaslokalen tot luxe stadsappar-tementen omgebouwd en doet het vroegere schoolplein nu dienst als gezamelijke tuin....De bovenste 3 foto's zijn uit 2005.

 
   
 

Ingenieur Van Doorenschool 1972-1976.

 
     
 

Na de lagere school volgde de middelbare school. En omdat ik in de zesde klas van de bovenstaande school in dat linkerrijtje zat, werd er geadviseerd om mij naar een technische school te laten gaan. Ik zou het toch maar te moeilijk krijgen in het hoge onderwijs. In die tijd werd dat advies klakkeloos opgevolgd door de ouders. En als puber van 14 had je weinig in te brengen. Op een LTS zal ik het kunnen doen als ik mijn best deed, maar nóg beter zou zijn wanneer ik naar het Individuele Technische Onderwijs zou gaan. Ook dát werd opgevolgd, en ik werd naar de Vam Doorenschoool gestuurd in de zuiderkruislaan 6 in Padde-poel. (Groningen).  Achteraf een foute keuze. Maar goed...Scheepstraschoolfuhrer Siebering had angstvallig veel macht....Bovendien kon in ná de ITO altijd nog doorstromen naar de hogere Lagere Technische School.

 
     
 

 
  Een foto gemaakt op Ameland waar we met alle tweede klassers heen zijn gegaan. Ik sta helemaal rechts op de foto met het lange blonde haar...  
     
 

Het 'leven' op de van Doorenschool was wel even anders dan dat van het beschermde wereldje van de Scheepstra-school. Het milieu daar was wel eventjes van een ander kaliber. Daar merkte ik dat het recht van de sterkste daar heerste. Maar goed, van vallen en opstaan leer je, en na dat ik mij wat opgewerkt had in het nobele Judo, kreeg ik meer aanzien en respect.

Was Siebering in mijn ogen een dictator, op de Van Doorenschool school heerste een regime die niet zou misstaan in de zwaarst bewaakte gevangenissen van Ne-derland. Wanneer ze dat regime op een hedendaagse school anno 2008 zouden invoeren, zou de hele school in staking gaan en zou het wereldnieuws kunnen worden. De 4 jaren die ik daar heb doorgebracht, bestonden uit vele regels. Het was verboden om tijdens de pauzes buiten het schoolplein te komen.....en niet in de fietsenstalling.  Je mocht niét roken op het schoolplein.

De middagpauze bestond uit 50 minuten. Té kort om naar huis te gaan, en dus bleef ik over. Ook in de overblijfkantine heerste een ijzeren discipline. Er waren 3 rijen met tafels voor 4 personen. Het enigste wat daar ge-kocht kon worden was koffie, frisdrank en soep, en dat alleen op de zogenaamde koffie, frisdrank en soepbonnen. Verder geen enkele snacks. Eerst was er een moment van stilte voor de christelijke scholieren en daarna werden de rijen één voor één afgeroepen om zich naar de balie te be-geven voor de eventuele versnaperingen. Ik nam altijd een flesje 7up. géén koffie en soep....

De eerste drie jaren waren oriëntatiejaren. Het viede jaar moest je beslissen welke opleiding je nam. De te kiezen opleidingen waren: Timmeren, metselen, metaal of schilderen. Ik scheen de gave die mijn vader had, Alles te kunnen maken wat zijn ogen zagen, niet te hebben geërfd. Timmeren, metselen en metaal vond ik maar niks. En ik zag mij zelf eigenlijk ook niet als schilder.  Dus...wat moest ik eigenlijk op die school? Mijn interesse ging uit naar te-kenen, iets wat ik de hele dag deed. Ik was creatief en had een ruime fantasie...maar dat was iets waar ze op die school geen boodschap aan hadden.

Nadat ik voor één of andere school fancyfair de affiches had getekend, viel het mijn tekenleraar op dat mijn inte-resses in het tekenen lagen. Een opleiding als reclameteke-naar leek hem de perfecte opleiding voor mij. Mijn ouders werden geïnformeerd. Maar toen bleek dat de opleiding in het grote Amsterdam werden gegeven, en ik daar op kamers zou moeten, werd dát idee snel weer in de doofpot gestopt. Ik was te jong om op eigen benen in dat verschrik-kelijke Amsterdam te staan. Gekozen werd dus voor de schilderopleiding. Als ik ná die opleiding nog steeds ge-intereseerd was voor tekenaar, dan zagen ze wel verder.

Zo ver is het nooit gekomen. Na mijn opleiding als schilder, kreeg ik gelijk werk, en werd het plan als grafisch teke-naar 'even' in de koelkast gestopt. En daar ligt het nu in 2008 nóg steeds in...waarschijnlijk dik over de houdbaar-heidsdatum.....

 
     

de